HOEVEEL BATTERIJ HEB JE NOG?

25 september 2017

IMG_5014lagen.jpg


De zomer ligt achter ons. Met één voet staan we al tussen de herfstbladeren. Pepernoten liggen in de winkels, terwijl de laatste schoolagenda’s van het nieuwe jaar nog niet eens zijn verkocht. Voor je het weet zitten we al weer midden in het Zwarte Pieten-debat. Ieder jaar brengt nieuwe ervaringen, ingrijpende en minder ingrijpende. Maar de grote lijnen lijken soms verdacht veel op elkaar. Je slaapt, je eet, je werkt, je zorgt, je kletst, je eet, je ontspant, je slaapt. En het is weekend… Of gewoon weer maandag.

‘De batterij is weer opgeladen’, hoor je teruggekomen vakantiegangers zeggen. Geen verrassende uitspraak als je leest dat een kwart van de werkende Nederlanders met een chronisch slaaptekort rondloopt. Echter, is de vakantie bedoeld om op te laden?


Opladen of leegmaken?

Vakantie betekent letterlijk ‘leegmaken’, en komt van het Latijnse woord ‘vacãre wat ‘leeg, vrij, zonder beheerder of eigenaar zijn’ betekent. Sommigen gebruiken de vakantie dan ook om de opgestapelde taken op het to-do lijstje af te kunnen strepen, om zo het hoofd leeg te maken. Anderen nemen het eigenaarschap over hun tijd terug van de baas en verkiezen nieuwe werelden en dromen even van een totaal ander bestaan. Eenmaal thuisgekomen word je geconfronteerd met die andere werkelijkheid. Maar voor je het weet, zit je weer in de trein hetzelfde rondje af te leggen; slapen, eten, werken, slapen, eten… De verre reis pronkt aan een spijker aan de muur.

Opladen of leegmaken; dat is de vraag. Kunnen wij onze batterij namelijk wel opladen? Slaap kun je (beperkt) inhalen. Je kunt je levensstijl duurzaam veranderen zodat je meer fit en energiek voor de dag verschijnt. Echter, opladen klinkt alsof we iets wat we kwijt zijn opnieuw kunnen aanvullen. Maar hoe zit dat met onze belangrijkste batterij…


Je levensverwachting in beeld

Mijn verwachte ‘levensduur’ kan ik door het CBS laten uitrekenen. Wanneer ik als geboren optimist de meest positieve voorspelling aanhoud, word ik 81 jaar. Dat betekent dat ik nog meer dan de helft van mijn leven voor mij heb: 49 jaar. Hierbij alle onvoorspelbare invloeden die het leven plots een onverwachte draai kunnen geven erbuiten gelaten.

Hoewel de koudheid van getallen vaak te klinisch is om een kwalitatief oordeel te geven, kan een vergelijking naar onze telefoon het wat beeldender maken. Wanneer ik word geconfronteerd met een percentage van mijn iPhonebatterij van 61% (49 jaar van 81 jaar), ga ik de deur uit met een onbevredigd gevoel. Oké, met 61% kan ik nog redelijk veel handelingen doen. Maar het is ook niet meer de kracht die je voelt wanneer je met 88% of meer de deur uitgaat, en je gaat toch iets spaarzamer met je energie om. Wanneer het percentage onder de 30% verdwijnt, weet ik dat mijn telefoon kuren kan vertonen en plots kan uitvallen.


Besef van tijd dwingt tot keuzes

De percentage van de iPhonebatterij confronteert mij met de eindigheid van de functionaliteit van de telefoon. De hoogte van het percentage bepaalt mede welke handelingen ik nog verkies om uit te voeren. Maar de realisatie van mijn eigen eindigheid weet ik niet tot nauwelijks te doorgronden. Terwijl ook het leven toch een batterij is waarvan we de inhoud steeds leger maken. Ongeacht de gezondste levensstijl die je je kunt aanmeten. Ongeacht het aantal vakantiedagen dat je opneemt.

Zou een dagelijkse confrontatie met mijn eigen levensduur mijn keuzes beïnvloeden? Zou een betere realisatie van je eigen sterfelijkheid je dagplanning veranderen? Welke andere keuzes zou je maken? Ga je je energie anders besteden? Of ben je tevreden met het rondje waar je zojuist weer aan begonnen bent?